Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Restitutie omzetbelasting
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een groothandel in farmaceutische producten, heeft in de jaren 2000-2003 en 2009-2013 facturen uitgereikt met vermelding van omzetbelasting over leveringen van UR-geneesmiddelen. Hoewel deze leveringen vrijgesteld zijn van omzetbelasting, heeft belanghebbende de belasting aangegeven en voldaan. Na een boekenonderzoek heeft de Inspecteur naheffingsaanslagen opgelegd, die later door de Raad van Beroep werden vernietigd voor het UR-geneesmiddel [Z].
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van de ten onrechte afgedragen omzetbelasting, maar de Inspecteur wees dit verzoek af. Belanghebbende stelde dat er een mondelinge toezegging was gedaan voor teruggaaf en dat zij recht had op restitutie op grond van artikel 9 LOB Pro. Het Gerecht oordeelde dat op grond van artikel 12b LOB de omzetbelasting verschuldigd is indien een factuur met omzetbelasting is uitgereikt, ook als de prestatie vrijgesteld is. Dit sluit teruggaaf uit.
Verder kon belanghebbende niet aantonen dat zij een mondelinge toezegging had gekregen, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. Ook was geen sprake van daadwerkelijke prijsvermindering die restitutie zou rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van het teruggaafverzoek omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.