Uitspraak
,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Stichting BZV, verantwoordelijk voor voorzieningen bij ziekte, vorderde van het accountantskantoor en haar bestuurder betaling van ruim NAf 2 miljoen wegens gefingeerde en onuitgevoerde opdrachten. Na integratie van BZV in de SVB werden opdrachten beëindigd, maar betalingen bleven lopen. Het accountantskantoor voerde verweer tegen de ontvankelijkheid en stelde schadevergoeding te vorderen wegens voortijdige beëindiging.
Het gerecht oordeelde dat BZV ontvankelijk was ondanks interne besluitvormingsproblemen. De vorderingen van BZV werden grotendeels toegewezen, met uitzondering van het Medicard-project waar wel werkzaamheden waren verricht. Voor overige projecten bleek sprake van onrechtmatige daad, wanprestatie en ongerechtvaardigde verrijking door overfacturering en niet geleverde diensten.
De accountant en haar bestuurder werden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een bedrag van NAf 1.136.433,36 plus rente. De vordering van het accountantskantoor in reconventie werd afgewezen omdat het voortijdige einde van de opdrachten aan haar toe te rekenen was. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het accountantskantoor en haar bestuurder worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van ruim NAf 1,1 miljoen wegens onrechtmatige facturering.