Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
[eiser],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
zes wekenna kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiser, een Venezolaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf in Curaçao met als doel gezinsvorming/gezinshereniging. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen vanwege een eerdere ongewenstverklaring en strijd met de openbare orde. Eiser had eerder geen rechtsmiddelen aangewend tegen zijn verwijdering en ongewenstverklaring.
Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de ongewenstverklaring voortduurde. Het Gerecht verwierp dit en oordeelde dat de ongewenstverklaring niet automatisch leidt tot afwijzing van een verblijfsvergunning.
Eiser voerde aan dat op grond van artikel 8 EVRM Pro een positieve verplichting bestond om hem een vergunning te verlenen. Het Gerecht paste de jurisprudentie toe waarin een 'fair balance' moet worden gevonden tussen het privé- en gezinsleven van de vreemdeling en het algemeen belang van Curaçao. Het oordeel was dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig was gemaakt en dat eiser onvoldoende verblijfsaanspraken had ten tijde van het aangaan van het gezinsleven.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergunning tot tijdelijk verblijf wordt ongegrond verklaard.