Belanghebbende bracht in haar aangifte inkomstenbelasting 2014 studiekosten voor haar zoon in aftrek als buitengewone lasten. De Inspecteur weigerde deze aftrek omdat de studiekosten niet op belanghebbende drukken, mede vanwege een ontvangen basisbeurs van de zoon. Het Gerecht bevestigde dat studiekosten alleen aftrekbaar zijn voor zover zij daadwerkelijk door belanghebbende zijn gedragen.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat zij de reiskosten en het collegegeld daadwerkelijk had betaald, ondanks het overleggen van een reisschema en een inschrijvingsverklaring. De bewijslast lag bij belanghebbende, en bij twijfel werd dit tegen haar gewogen. Wel werd erkend dat belanghebbende recht had op een kindertoeslag van NAf 92, waarvoor de aanslag werd verminderd.
De Inspecteur werd opgedragen het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de kindertoeslag betrof, maar de aftrek van studiekosten werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter mr. dr. A.J.H. van Suilen op 21 maart 2019.