Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Bron van inkomen
276
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, werkzaam als docent, verrichtte nevenwerkzaamheden die jaarlijks negatieve resultaten opleverden. De Inspecteur stelde dat deze werkzaamheden geen objectieve voordeelsverwachting boden en derhalve geen bron van inkomen vormden. Het Gerecht bevestigde dit standpunt, omdat belanghebbende geen aannemelijke feiten had overgelegd die een toekomstige positieve opbrengst rechtvaardigen.
Daarnaast was in geschil of studiekosten voor de zoon van belanghebbende aftrekbaar waren als buitengewone lasten. De zoon studeerde in Nederland en ontving een basis- en aanvullende beurs. Het Gerecht oordeelde dat de studiekosten slechts aftrekbaar zijn voor zover zij daadwerkelijk op belanghebbende drukken en niet door de beurs worden gedekt. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de studiekosten door haar waren gedragen.
Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde het premie-inkomen vast op Naf. 51.450. Tevens werd de Inspecteur opgedragen het betaalde griffierecht van Naf. 50 te vergoeden. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De aanslag premies AOV/AWW 2013 wordt verminderd naar een premie-inkomen van Naf. 51.450 en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.