Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
[eiseres],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
zes wekenna kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres, een Dominicaanse nationaliteit houdende vrouw, verbleef langdurig in strijd met de vreemdelingenwetgeving op Curaçao. Na haar aanhouding op 12 mei 2017 werd zij verwijderd en voor drie jaar de toegang tot Curaçao ontzegd (ongewenstverklaring).
Hoewel eiseres een tewerkstellingsvergunning als inwonend huishoudster had aangevraagd en later verkreeg, oordeelt het Gerecht dat dit geen reden is om van het beleid af te wijken. De ongewenstverklaring beschermt de openbare orde en geldt specifiek voor toeristen die hun verblijf overschrijden.
Het beroep richt zich uitsluitend tegen de ontzegging van binnenkomst, niet tegen de verwijdering zelf. Het Gerecht stelt vast dat verweerder het besluit in lijn met het beleid heeft genomen en dat eiseres onvoldoende feiten heeft aangevoerd om het beleid te doorbreken.
De verlening van de tewerkstellingsvergunning door een andere minister verandert hieraan niets, omdat de beoordeling van toelating op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) en de Landsverordening arbeid vreemdelingen verschillend zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.