ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY7697
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring hoger beroep tegen verwijdering en ongewenstverklaring vreemdeling
De vreemdeling is met een toeristenvisum Curaçao binnengekomen en heeft het land niet verlaten na afloop van de geldigheidsduur van dat visum. Hierdoor is zij in strijd met de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) gehandeld, wat grond is voor verwijdering. Hoewel zij verzoeken om een vergunning tot tijdelijk verblijf had ingediend, diende zij de beschikking in het buitenland af te wachten, wat niet is gebeurd. Het Gerecht in eerste aanleg vernietigde de ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep heeft het Hof geoordeeld dat de minister in redelijkheid tot verwijdering en ongewenstverklaring heeft kunnen besluiten. De ingediende verzoeken om verblijf waren eerste aanvragen en konden volgens de instructie worden afgewezen indien niet in het buitenland werd afgewacht. Het argument dat de ongewenstverklaring een bestraffende sanctie zou zijn, werd verworpen; het betreft een maatregel ter bescherming van de openbare orde.
Het Hof bevestigde dat artikel 2, vierde lid, van het Toelatingsbesluit een wettelijke grondslag biedt voor ongewenstverklaring. Tevens oordeelde het Hof dat het Gerecht terecht de rechtsgevolgen van de vernietigde beschikking in stand liet, omdat de minister nadere motivering heeft gegeven die de beschikking kan dragen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verwijdering en ongewenstverklaring van de vreemdeling bevestigd.