Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van Holding NV en diverse vennootschappen op Bonaire, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over 2013 tot en met 2015. Deze aanslagen waren gebaseerd op correcties uit een boekenonderzoek waarbij kosten van Holding NV ten behoeve van projecten van Bonairiaanse vennootschappen zonder vergoeding waren aangemerkt als verkapte winstuitdelingen aan belanghebbende.
Belanghebbende betwistte deze correcties en stelde dat niet alle kosten als winstuitdeling konden worden aangemerkt. Het Gerecht oordeelde dat sommige kosten, zoals vliegtuig- en autokosten, terecht als uitdeling zijn aangemerkt, terwijl andere posten, zoals rentecorrecties en steekpenningen, onterecht als winstuitdeling waren beschouwd. Ook werd vastgesteld dat de bewijslast deels bij belanghebbende lag, die geen bewijs leverde voor uitgeleende gelden.
Het Gerecht vernietigde de eerdere uitspraken op bezwaar en stelde de navorderingsaanslagen naar beneden bij. Tevens wees het Gerecht proceskosten toe aan belanghebbende en bepaalde dat het betaalde griffierecht door de Inspecteur moest worden vergoed. De uitspraak werd gedaan op 6 juli 2020 door rechter mr. dr. A.J.H. van Suilen.