Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een NV die reclameborden verhuurt, kreeg navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies opgelegd over de jaren 2011 tot en met 2014. Het geschil betrof de vraag of de correcties in de winst van de NV terecht waren en of sprake was van een verkapte winstuitdeling aan belanghebbende.
Het Gerecht stelde vast dat de NV niet aan haar administratieplicht tekort was geschoten zodanig dat omkering van de bewijslast aan de orde zou zijn. De Inspecteur had verschillen in omzet vastgesteld op basis van grootboek, bankontvangsten en derdenonderzoek, welke verschillen niet waren verantwoord in de administratie. Het Gerecht achtte aannemelijk dat deze verschillen een vermogensverschuiving van de NV naar belanghebbende als aandeelhouder betroffen.
Belanghebbende was zich volgens het Gerecht bewust van deze vermogensverschuiving, mede gelet op zijn positie en de omvang van de uitdeling. Door de verkapte winstuitdeling niet op te nemen in zijn aangiften was sprake van opzet, rechtvaardigend een boete van 25%. De navorderingsaanslagen en boetes werden daarom terecht en tot het juiste bedrag opgelegd en de beroepen ongegrond verklaard.