Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, is mede-eigenaar van twee woningen op Curaçao die kortdurend aan toeristen worden verhuurd. De Inspecteur stelde de aanslag inkomstenbelasting 2015 vast zonder aftrek van kosten ten bedrage van NAf 122.721 en hield rekening met een belastbaar inkomen van NAf 78.936. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.
Het Gerecht oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond is, aangezien de Inspecteur niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar heeft beslist. Echter, om proces-economische redenen wordt geen opdracht gegeven alsnog een beslissing te nemen. Ten aanzien van de inhoud van de aanslag overweegt het Gerecht dat op grond van artikel 4, lid 3 LIB slechts de kosten van elektra en water als servicekosten aftrekbaar zijn, terwijl overige kosten geacht worden begrepen te zijn in het forfait van 35% van de bruto huuropbrengst.
Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de overige kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. De Inspecteur heeft de opbrengst uit roerend kapitaal alsnog in aanmerking genomen, waardoor het belastbaar inkomen niet wordt verminderd. Het Gerecht verklaart het bezwaar tegen de aanslag ongegrond en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond.