Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
3.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg aanslagen opgelegd voor de jaren 2007 tot en met 2015 en maakte hiertegen bezwaar. De Inspecteur deed uitspraken op bezwaar in december 2018 en februari 2019, waarbij de aanslagen werden verminderd. Belanghebbende stelde op 26 april 2019 beroep in tegen deze uitspraken, maar dit was buiten de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden na dagtekening van de uitspraken.
Belanghebbende voerde aan dat hij pas later op de hoogte was gekomen van de uitspraken op bezwaar, maar het Gerecht oordeelde dat de resterende beroepstermijn na kennisneming nog voldoende was om tijdig beroep in te stellen. De termijn van twee weken die geldt bij vertraagde kennisneming was in dit geval niet relevant. Er waren geen bijzondere omstandigheden die termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Het Gerecht concludeerde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de beroepstermijn. Tevens werd het aanvullende schrijven van belanghebbende als een aanvullend bezwaarschrift en niet als een beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar aangemerkt.
De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 16 januari 2020 te Willemstad, waarbij belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.