Uitspraak
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
4.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
datum-stempel) aan partijen verzonden.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende ontving op 31 maart 2017 aanslagen inkomstenbelasting en premies AZV voor het jaar 2012. Tegen deze aanslagen maakte hij bezwaar op 5 april 2017. De Inspecteur handhaafde de aanslagen op 26 april 2018. Belanghebbende stelde op 17 juli 2018 beroep in bij het Gerecht, maar dit beroep werd op 14 december 2018 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Belanghebbende stelde vervolgens op 15 januari 2019 hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof. Het Hof oordeelde dat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn van twee maanden was ingediend, aangezien belanghebbende op 19 mei 2018 al bekend was met de uitspraak op bezwaar en de beroepstermijn toen nog niet was verstreken. De door belanghebbende aangevoerde verwarring over de termijn door ambtshalve verminderingen en het aantal beschikkingen werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
Het Hof bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het Gerecht en verwierp het hoger beroep. De uitspraak werd op 12 augustus 2019 in het openbaar gedaan. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatieberoep bij de Hoge Raad binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het Gerecht wordt bevestigd wegens overschrijding van de beroepstermijn.