Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, exploitant van een autoschadebedrijf en ingezetene van Curaçao, had voor het jaar 2015 een negatief belastbaar inkomen van NAf 4.694 opgegeven. De Inspecteur stelde het belastbaar inkomen echter vast op NAf 12.886, mede gebaseerd op een redelijke schatting van het benodigde levensonderhoud. Belanghebbende voerde aan dat hij ook werkzaamheden buiten Curaçao verrichtte en inkomsten had genoten, maar slaagde er niet in dit tegenbewijs overtuigend aan te tonen.
De bewijslast werd omgekeerd en verzwaard op grond van artikel 31, lid 3 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen, omdat belanghebbende niet de vereiste volledige aangifte had gedaan. De Inspecteur heeft de correctie niet willekeurig vastgesteld, maar op basis van objectieve gegevens waaronder het CBS-inkomen voor een huishouden.
Het Gerecht concludeerde dat de aanslagen terecht zijn opgelegd en handhaafde deze. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.