Belanghebbende heeft voor het jaar 2013 een aangifte gedaan met een belastbaar inkomen van nihil. De Inspecteur stelde echter dat belanghebbende inkomen heeft genoten en legde aanslagen op met een belastbaar inkomen van NAf 35.000, later verminderd naar NAf 19.336 na bezwaar. Belanghebbende kwam in beroep tegen deze uitspraken.
Het Gerecht oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend omdat de Inspecteur geen bewijs kon leveren van het tijdstip van bekendmaking van de uitspraak op bezwaar. Verder stelde het Gerecht vast dat belanghebbende de vereiste aangifte niet had gedaan, waardoor de bewijslast werd omgekeerd. De Inspecteur baseerde zijn correctie op het inkomen dat nodig was voor belanghebbende en haar drie kinderen om in het levensonderhoud te voorzien.
Het Gerecht achtte de schatting van de Inspecteur onredelijk omdat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat zij enige bijdragen ontving van de vaders van haar kinderen en haar moeder. Daarom werd het belastbaar inkomen verminderd naar NAf 10.000. Belanghebbende had onvoldoende tegenbewijs geleverd om de schatting verder te verminderen. Het beroep werd gegrond verklaard en de aanslagen werden dienovereenkomstig verminderd.