Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, kreeg een primitieve aanslag inkomstenbelasting 2013 opgelegd met een belastbaar inkomen van NAf 209.867 en een navorderingsaanslag van NAf 215.290. Na een boekenonderzoek werden tekortkomingen in de administratie geconstateerd, waaronder het ontbreken van een sluitende kasadministratie en onvolledige registratie van omzet en kosten.
Belanghebbende diende de aangifte inkomstenbelasting 2013 pas na de aanslag in, waardoor de Inspecteur de vereiste aangifte niet tijdig kon meenemen. Dit leidde tot omkering en verzwaring van de bewijslast. De Inspecteur baseerde de aanslag op een redelijke schatting van de omzet en kosten, waarbij een brutowinstmarge van 31% werd gehanteerd.
Belanghebbende voerde tegenbewijs aan met een lagere brutowinstmarge en hogere kosten, maar slaagde hier niet in. Wel werd erkend dat het kasgeld van NAf 5.116 dat bij winkelovervallen werd meegenomen als kostenpost in mindering kon komen op de winst. Het Gerecht verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond, het bezwaar tegen de aanslagen gegrond en het bezwaar tegen de verzuimboete ongegrond. De primitieve aanslag werd verminderd tot NAf 101.180 en de navorderingsaanslag vernietigd.
Uitkomst: De primitieve aanslag inkomstenbelasting 2013 wordt verminderd tot NAf 101.180, de navorderingsaanslag wordt vernietigd en de verzuimboete gehandhaafd.