Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ziektekosten
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende was voor medische onderzoeken en behandeling van november tot december 2017 in Nederland en bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2017 diverse kosten als ziektekosten in aftrek, waaronder vliegtickets, verblijfkosten, autohuur en daggeld. De Inspecteur corrigeerde de aftrekposten, met name het daggeldbedrag van NAf 14.000 werd niet geaccepteerd.
Belanghebbende stelde dat de kosten van begeleiding en verblijf aftrekbaar zijn indien de noodzaak daarvan kan worden aangetoond. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan zijn bewijslast om de noodzakelijkheid en hoogte van de kosten aannemelijk te maken, mede omdat geen facturen of andere onderbouwing waren overgelegd.
Daarnaast wees het Gerecht het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat niet was aangetoond dat de Inspecteur eerder een weloverwogen standpunt had ingenomen over het daggeld. Ook de aftrek van autokosten werd beperkt tot het wettelijk toegestane bedrag per kilometer, waardoor de volledige autohuurkosten niet aftrekbaar waren.
Het Gerecht verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van de aftrek van ziektekosten.