Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Vaststellen aanslag AVBZ
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag premie AVBZ voor het jaar 2017, waarbij de Inspecteur een premie-inkomen van NAf 40.122 hanteerde en een premie van NAf 697 vaststelde. De Inspecteur paste een tarief van 1,5% toe op het pensioeninkomen en 2% op overige inkomsten, conform de wettelijke regeling.
Het geschil betrof de vraag of op grond van artikel 20 van Pro de Landsverordening AVBZ geen aanslag mocht worden vastgesteld en of het verlaagde tarief van 1,5% ook van toepassing is op AOV/AWW-uitkeringen. Het Gerecht overwoog dat belanghebbende premieplichtig is en dat de aanslag terecht is vastgesteld omdat de verschuldigde premie de voorheffingen met meer dan NAf 50 te boven gaat.
Voorts werd bevestigd dat het 1,5%-tarief uitsluitend geldt voor pensioeninkomen, niet voor AOW- of AOV-uitkeringen, die niet voortvloeien uit vroegere dienstbetrekkingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag premie AVBZ over 2017 wordt bevestigd.