Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende ontving een naheffingsaanslag en een vergrijpboete over het jaar 2010, opgelegd op 29 december 2015. Zij stelde de aanslag pas in januari 2016 te hebben ontvangen, wat buiten de wettelijke termijn van vijf jaar valt. De Inspecteur voerde aan dat de aanslag tijdig was opgelegd omdat deze op 16 december 2015 op kohier was gebracht.
Het Gerecht oordeelde dat de dagtekening van het aanslagbiljet normaal gesproken bepalend is voor de vaststelling van de aanslag, maar dat als het aanslagbiljet pas na die datum op juiste wijze wordt bekendgemaakt, de datum van bekendmaking geldt. De toezending per post geldt als juiste bekendmaking, maar de Inspecteur heeft geen bewijs geleverd van tijdige verzending.
De bewijslast voor tijdige bekendmaking rust bij de Inspecteur, die niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslag en boete uiterlijk 31 december 2015 zijn bekendgemaakt. Hierdoor is het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en zijn de naheffingsaanslag en boete vernietigd.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tevens tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De overige geschilpunten, zoals de vraag of de winst belastbaar is, zijn niet behandeld vanwege het oordeel over de tijdigheid.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en vergrijpboete zijn vernietigd wegens niet tijdige bekendmaking binnen de wettelijke termijn.