Belanghebbende diende aangifte inkomstenbelasting 2008 in en ontving een voorlopige aanslag in juni 2009. De definitieve aanslag, gedagtekend 14 oktober 2011, werd in september 2011 opgemaakt. Belanghebbende maakte bezwaar omdat hij het aanslagbiljet niet binnen de wettelijke driejaarstermijn ontving.
Het Hof oordeelde dat de aanslag tijdig was vastgesteld omdat het biljet binnen de termijn was gedagtekend, ondanks dat het niet op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt. De Hoge Raad stelt echter dat de dagtekening van het aanslagbiljet niet onverkort beslissend is als het biljet niet tijdig bekend is gemaakt. De datum van daadwerkelijke bekendmaking vervangt dan de dagtekening.
Omdat het biljet niet ter post is bezorgd en belanghebbende pas in februari 2012 een kopie ontving, is de aanslag niet binnen de driejaarstermijn vastgesteld. De aanslag wordt daarom vernietigd. Dit betekent ook dat de voorlopige aanslag en heffingsrente moeten worden teruggegeven. De Hoge Raad wijst het beroep in cassatie toe en vernietigt het arrest van het Hof.