Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Wettelijk kader
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende exploiteert een watersportbedrijf en kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2008 en 2009. Hij voerde aan dat de Inspecteur te laat was met het opleggen van deze aanslagen en dat er geen nieuw feit was dat navordering rechtvaardigde.
De Inspecteur stelde dat de aanslagen tijdig waren opgelegd en dat er een boekenonderzoek had plaatsgevonden dat leidde tot de aanslagen. Het Gerecht oordeelde dat de navorderingsaanslagen op 19 oktober 2018 zijn opgelegd, binnen de wettelijke termijn van tien jaar na het ontstaan van de belastingschuld.
Verder oordeelde het Gerecht dat de Inspecteur niet verplicht was tot nader onderzoek bij het vaststellen van de primitieve aanslagen, omdat er geen redelijke twijfel bestond over de juistheid van de aangiften. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslagen wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.