Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar; eerste jaar van vijfjarig tijdvak
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg op 7 december 2018 een aanslag grondbelasting opgelegd over het jaar 2013. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat werd afgewezen door de Inspecteur. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
Het Gerecht oordeelde dat de Grondbelastingverordening 1908, waarop de aanslag was gebaseerd, was ingetrokken per 1 januari 2014 zonder overgangsrecht. Hierdoor ontbrak op het moment van oplegging in 2018 een geldige wettelijke grondslag voor de aanslag. Dit ondanks dat de belastingschuld materieel al in 2013 was ontstaan.
De bezwaren van belanghebbende betroffen onder meer het ontbreken van een wettelijke grondslag en overschrijding van de aanslagtermijn. Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en de uitspraak op bezwaar, en beval vergoeding van het betaalde griffierecht. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak benadrukt dat een aanslag alleen rechtsgeldig kan worden opgelegd als op dat moment een toepasselijke wettelijke regeling bestaat, ook bij intrekking van eerdere verordeningen zonder overgangsrecht.
Uitkomst: De aanslag grondbelasting 2013 wordt vernietigd wegens ontbreken van een geldige wettelijke grondslag bij oplegging.