ECLI:NL:ORBBACM:2015:7
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- S. Verheijen
- T. Groeneveld
- A. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over ontheffing grondbelasting en ontvankelijkheid beroep
Belanghebbende kreeg op 10 oktober 2010 een aanslag grondbelasting opgelegd voor het jaar 2010. Hij maakte bezwaar en ging in beroep tegen de uitspraak op bezwaar. De Raad van Beroep oordeelde dat het beroep ontvankelijk is, omdat het bezwaar niet gericht was tegen de waarde van de onroerende zaak, maar tegen de heffing van de belasting voor 2010.
De Raad stelde vast dat artikel 28 van Pro de Grondbelastingverordening (GBV) geen beletsel vormt voor het instellen van bezwaar en beroep tegen de aanslag voor 2010. Dit artikel ziet op de vaststelling van de waarde voor vijfjarige tijdvakken, maar ontheffing kan per jaar worden beoordeeld.
Belanghebbende voerde aan recht te hebben op ontheffing van grondbelasting omdat het terrein met opstal meer dan zes maanden onbewoond en onverhuurd was. De Raad oordeelde echter dat belanghebbende niet binnen drie maanden na afloop van het belastingjaar 2010 een schriftelijk verzoek om ontheffing had ingediend, zoals vereist volgens artikel 35 GBV Pro. Hierdoor was de weigering van ontheffing terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag grondbelasting 2010 wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van het verzoek om ontheffing.