Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
Aangifte verhuuropbrengsten:
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende en haar echtgenoot zijn samen eigenaar van een appartementencomplex en hebben voor de jaren 2013 en 2014 nihil aangiften ingediend. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op aan belanghebbende wegens niet aangegeven inkomsten uit verhuur. Het geschil betrof de vraag of deze aanslagen en boetes terecht en naar de juiste bedragen waren opgelegd.
Het Gerecht stelde vast dat op grond van artikel 20, lid 2, letter c van de Landsverordening op de inkomstenbelasting (LIB) de bestanddelen van het zuiver inkomen van belanghebbende, aangezien zij jonger is dan haar echtgenoot en beiden geen persoonlijk inkomen genoten, aan haar echtgenoot moeten worden toegerekend. Hierdoor had de Inspecteur de opbrengsten uit onroerende zaken aan de echtgenoot moeten toerekenen.
Daarom oordeelde het Gerecht dat de navorderingsaanslagen en boetes ten onrechte aan belanghebbende waren opgelegd en vernietigde deze. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht aan haar vergoed. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat geen sprake was van beroepsmatige bijstand.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en boetes zijn vernietigd omdat de inkomsten uit onroerende zaken aan de echtgenoot moesten worden toegerekend.