Uitspraak
1.[eiser sub 1],
[eiser sub 2],
[eiser sub 3]en
[eiser sub 4],
1.[gedaagde sub 1] en
[gedaagde sub 2],
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen erfgenamen over het beheer en de verdeling van de nalatenschap van hun overleden moeder. Eisers vorderen onder meer dat gedaagden volledige en onderbouwde rekening en verantwoording afleggen over bancaire transacties en kosten, en dat bedragen zonder verantwoording worden teruggestort. Gedaagden vorderen primair de verdeling van de nalatenschap door het gerecht en subsidiair de benoeming van een notaris of onzijdige vertegenwoordiger.
Het gerecht oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst die partijen eerder sloten nog steeds geldt voor de periode tot het overlijden van de erflaatster. Het ontvankelijkheidsverweer van gedaagden wordt verworpen. Omdat de rechtsverhouding ondeelbaar is, moeten alle erfgenamen in het geding worden betrokken. Twee erfgenamen zijn echter niet opgeroepen, waardoor het gerecht partijen in de gelegenheid stelt deze alsnog op te roepen volgens artikel 12a Rv.
Partijen wordt geadviseerd overleg te plegen over de oproeping van deze erfgenamen. Het gerecht houdt iedere verdere beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de uitkomst van het overleg en de financiële overzichten. Het vonnis is gewezen door rechter O. Nijhuis en op 11 oktober 2021 uitgesproken.
Uitkomst: Partijen krijgen gelegenheid om niet-opgeroepen erfgenamen op te roepen; verdere beslissing wordt aangehouden.