Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Beroep inzake naheffingsaanslag winstbelasting en verzuimboete 2016
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd voor de winstbelasting over de jaren 2009 tot en met 2016. De aanslagen voor 2016 werden door de Inspecteur vernietigd, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard. Het Gerecht stelde vast dat de Inspecteur niet tijdig had beslist op de bezwaren tegen de aanslagen over 2009 tot en met 2015, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond werd verklaard.
De naheffingsaanslagen voor de jaren 2009 tot en met 2013 waren buiten de vijfjaarstermijn opgelegd, maar vanwege kwade trouw van belanghebbende werd de termijn verlengd tot tien jaar. Dit omdat belanghebbende pas in december 2017 informatie over een belangrijke vordering verstrekte, waardoor zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat geen belasting geheven zou worden. De Inspecteur slaagde erin te bewijzen dat belanghebbende meer winst had genoten door fictieve rentebaten in aanmerking te nemen.
De opgelegde verzuimboetes van 15% waren passend gezien het derde of volgende verzuim. Het Gerecht oordeelde dat de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes ongegrond waren en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 10 februari 2021, met mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep tegen naheffingsaanslag 2016 is niet-ontvankelijk, het beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar gegrond en de bezwaren tegen naheffingsaanslagen 2009-2015 ongegrond verklaard.