Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen op bezwaar
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor de jaren 2014 en 2018, vastgesteld op een waarde van NAf 590.000. Het Gerecht oordeelt dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, mede omdat de wettelijk voorgeschreven vergelijkingsmethode niet is toegepast.
Belanghebbende heeft evenmin voldoende bewijs geleverd voor de door haar voorgestane lagere waarde van NAf 490.000, gebaseerd op een vergelijkbare verkoopadvertentie. Omdat geen van beide partijen de waarde aannemelijk heeft gemaakt, stelt het Gerecht de waarde in goede justitie vast op NAf 525.000.
Het bezwaar tegen de aanslag OZB 2014 wordt gegrond verklaard en verminderd, terwijl het bezwaar tegen de aanslag 2018 niet-ontvankelijk is vanwege de bezwaartermijn. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt gegrond verklaard, maar het Gerecht ziet af van een opdracht aan de Inspecteur alsnog te beslissen. De Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De aanslag OZB 2014 wordt verminderd tot een waarde van NAf 525.000 en het bezwaar tegen de aanslag 2018 wordt niet-ontvankelijk verklaard.