Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) over 2014 met een vastgestelde waarde van NAf 720.000, die na bezwaar werd verminderd naar NAf 600.000. Het beroep tegen deze uitspraak werd te laat ingediend, maar het Gerecht achtte de termijnoverschrijding verschoonbaar vanwege het ontbreken van een opschrift en rechtsmiddelverwijzing in de uitspraak op bezwaar.
Beide partijen slaagden er niet in hun voorgestelde waarde aannemelijk te maken. De Inspecteur kon niet onderbouwen waarop zijn waardering was gebaseerd en gebruikte vraagprijzen van vergelijkbare objecten die onvoldoende vergelijkbaar waren. Belanghebbende onderbouwde zijn lagere waarde niet met verkoopcijfers.
Het Gerecht stelde daarom de waarde in goede justitie vast op NAf 550.000. Daarnaast werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag verminderd. Het betaalde griffierecht van NAf 50 werd aan belanghebbende vergoed.
De zitting vond plaats via videoverbinding vanwege corona, waarbij belanghebbende aanwezig was en de Inspecteur niet. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 31 maart 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd tot een waarde van NAf 550.000.