Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
Vooraf
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ voor het jaar 2017, waarbij het premie-inkomen was vastgesteld op NAf 12.695. Hij stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat de aanslagen te hoog waren vastgesteld. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en handhaafde de aanslagen.
Het Gerecht oordeelde dat het bezwaar wel ontvankelijk was omdat de Inspecteur niet had bewezen dat de aanslagen tijdig waren verstuurd. De bezwaartermijn begon daarom pas na ontvangst van de aanmaning op 15 juli 2019, waarna het bezwaar binnen twee maanden was ingediend.
Ten aanzien van de hoogte van het premie-inkomen concludeerde het Gerecht dat de Inspecteur zijn bewijslast niet had voldaan. Het overzicht van belanghebbende toonde een resultaat van NAf 850,26 na aftrek van kosten. De stelling van de Inspecteur dat het inkomen hoger was vanwege vermoedens van zwart inkomen werd verworpen.
Het Gerecht besloot de aanslagen te verminderen tot een premie-inkomen van NAf 850, veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van NAf 1.400 en in de vergoeding van het betaalde griffierecht van NAf 50. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 8 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen worden verminderd naar een premie-inkomen van NAf 850.