Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen
5.5. PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een dochtervennootschap van een bank die zelf niet onder toezicht staat van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen winstbelasting over de jaren 2011 tot en met 2014. De Inspecteur stelde dat belanghebbende als financiële instelling indirect onder toezicht staat en daarom geen Vrijgestelde Vennootschap is, wat leidde tot belastingheffing over haar beleggingswinsten.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet als bank of financiële instelling onder toezicht staat, ondanks dat haar moedermaatschappij dat wel is. Op grond van de wet en jurisprudentie kan de status van Vrijgestelde Vennootschap niet worden onthouden op basis van het toezicht op de moedermaatschappij. De naheffingsaanslagen over 2013 en 2014 werden daarom vernietigd. Het beroep over 2011 en 2012 was niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
De Inspecteur had ook een beroep gedaan op fraus legis om de winst alsnog te belasten, maar dit werd verworpen omdat heffing reeds plaatsvond bij de moedermaatschappij. Proceskosten werden deels toegewezen aan belanghebbende, waaronder vergoeding van griffierecht en redelijke kosten in de beroepsfase, maar niet in de bezwaarfase omdat het handelen van de Inspecteur niet ernstig onzorgvuldig werd geacht.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen winstbelasting 2013 en 2014 worden vernietigd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.