Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.GESCHIL
3.OVERWEGINGEN
4.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
5.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende diende de definitieve aangifte winstbelasting over 2019 te laat in, op 30 december 2020, terwijl de uiterste termijn 31 juli 2020 was. De Inspecteur legde daarom een verzuimboete van NAf 2.500 op. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de boete.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur de boete terecht en tijdig had opgelegd conform de Algemene landsverordening Landsbelastingen en de Ministeriële regeling formeel belastingrecht. De omstandigheid dat de aangifte een negatief belastbaar bedrag en nihil belasting betrof, sluit een boete niet uit.
Belanghebbende voerde afwezigheid van alle schuld aan, vanwege een systeemfout waardoor de voorlopige aangifte niet tijdig was ingediend. Het Gerecht stelde dat belanghebbende niet alle redelijke zorg had betracht om tijdig te zijn, omdat zij pas eind december 2020 de aangifte indiende ondanks eerdere signalen en afwijzing van uitstel.
Gezien de omstandigheden achtte het Gerecht een verzuimboete van NAf 1.000 passend en geboden. Het beroep werd daarom gegrond verklaard, de boete verminderd en het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende vergoed. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend omdat de rechtsbijstand niet op zakelijke basis was verleend.
Uitkomst: De verzuimboete wegens te late aangifte winstbelasting 2019 wordt verminderd van NAf 2.500 naar NAf 1.000.