Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende heeft tegen diverse naheffingsaanslagen van de Inspecteur der Belastingen bezwaar gemaakt, maar werd niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaren. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, maar dit beroep werd te laat ingediend.
De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift was twee maanden na dagtekening van de uitspraken op bezwaar, met een uiterste datum van 21 februari 2022. Het beroepschrift werd echter op 23 februari 2022 ingediend, waardoor het buiten de termijn viel.
Belanghebbende voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan het feit dat haar directeur de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en daardoor stukken van de belastingdienst niet tijdig begreep. Het Gerecht oordeelde dat deze omstandigheid geen verschoonbare reden is voor termijnoverschrijding, verwijzend naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht wees tevens proceskosten en griffierecht af. De Inspecteur heeft toegezegd de opgelegde boetes te vernietigen en bij toekomstige aanslagen rekening te houden met het gebruikelijk loon.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.