Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende ontving op 6 december 2019 aanslagen inkomstenbelasting en premies voor het jaar 2017. Tegen deze aanslagen maakte belanghebbende bezwaar, waarna de Inspecteur op 27 augustus 2021 de aanslagen handhaafde. Het beroepschrift tegen deze uitspraken op bezwaar had uiterlijk 27 oktober 2021 ingediend moeten worden, maar werd pas op 31 december 2021 ingediend, en bovendien abusievelijk eerst bij de Inspecteur.
Belanghebbende stelde dat de uitspraken op bezwaar pas in oktober 2021 waren ontvangen, waardoor de beroepstermijn later zou zijn aangevangen. De Inspecteur slaagde er echter niet in bewijs te leveren van tijdige bekendmaking. Het Gerecht stelde daarom dat de dag van ontvangst geldt als dag van bekendmaking. Omdat niet kon worden vastgesteld dat de uitspraken op bezwaar op of na 31 oktober 2021 waren ontvangen, verklaarde het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk.
Tijdens de zitting op 18 januari 2023 verscheen belanghebbende, maar de Inspecteur was afwezig. Belanghebbende erkende de berekening van de Inspecteur inzake het belastbare inkomen en premies. Het Gerecht zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premies 2017 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.