Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
3.OVERWEGINGEN
4.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
5.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende is een naamloze vennootschap opgericht in 2003, waarvan de heer A tot 7 juli 2005 directeur was. Over de jaren 2005 tot en met 2008 zijn naheffingsaanslagen loonbelasting en premies opgelegd wegens het niet indienen van aangiften. De erfgenamen van de overleden ex-directeur hebben bezwaar gemaakt tegen deze aanslagen en vervolgens beroep ingesteld.
Het Gerecht oordeelt dat de erfgenamen niet bevoegd zijn om namens belanghebbende op te treden, aangezien de heer A vanaf 7 juli 2005 niet meer directeur was en geen schriftelijke volmacht is verstrekt aan hem of zijn erfgenamen. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens merkt het Gerecht op dat de bezwaren te laat zijn ingediend en dat de aanslagen oninbaar zijn.
De zitting vond plaats zonder vertegenwoordiging van belanghebbende, terwijl de Inspecteur wel aanwezig was. Het Gerecht ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en wijst erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenamen tegen de naheffingsaanslagen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid.