Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Waarde onroerende zaak
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, eigenaar van een onroerende zaak, betwist de door de Inspecteur vastgestelde waarde van de onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2014. De Inspecteur had de waarde vastgesteld op NAf 750.000, belanghebbende stelde een lagere waarde van NAf 550.000 voor. Beide partijen konden hun waardebepaling niet volledig aannemelijk maken. Het Gerecht stelde daarom de waarde in goede justitie vast op NAf 700.000.
Daarnaast verzocht belanghebbende om vernietiging van de aanslag wegens verjaring. Het Gerecht oordeelde dat de aanslag tijdig was opgelegd op 14 december 2018, vóór het verjaringstermijn van vijf jaar na 1 januari 2014, en wees het beroep op verjaring af.
In de procedure werden diverse proceskosten besproken. Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van de beroepsfase ten bedrage van NAf 1.400 en het betaalde griffierecht van NAf 50. Kosten van het taxatierapport en een waardebrief werden niet vergoed omdat deze tot de bezwaarfase behoren of onvoldoende aannemelijk waren gemaakt.
De aanslag voor een tweede onroerende zaak werd door de Inspecteur ingetrokken en het Gerecht besloot dienovereenkomstig. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 29 maart 2023 te Willemstad.
Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op NAf 700.000 en het beroep op verjaring wordt afgewezen.