Uitspraak
Parketnummer: 810.00001/19
Vonnis van dit Gerecht
[Verdachte],
Politiek motief
hearsay-verklaringen van enkele Venezolaanse getuigen met betrekking tot de [[bedrijf 1] 2]-lening volledig gebaseerd op beweringen en hypotheses die de getuigen in eerdere verhoren door of namens het onderzoeksteam zijn voorgeschoteld. Ook de getuigenverklaring van
1. De oprichting en inschrijving van [bedrijf 1]
2. De bankrekeningen van [bedrijf 1] bij BdC
Negro, ik stuur je alvast wat we moeten tekenen om het dossier te onderbouwen. Met dit alles willen we het formeel maken, alsof het een zaak als alle andere is. Laat me weten als je vragen hebt. [39]
Hey broer, ik heb vast wat opgesteld, kijk er even naar en dan hebben we het erover. In geel de zaken waar ik niet zeer van ben en die ontbreken. Ik weet niet of de naam je aanstaat….? We hebben het er morgen over. Ik kijk er morgen opnieuw naar.
Goedemorgen [R.L.], in de bijlage vind je een concept van het document dat je aan mij verzocht, kijk er even naar, ik plaats ook nog wat opmerkingen om het definitief te maken en je te sturen. [44]
Hij stuurt dan de leenovereenkomst tussen [bedrijf 2] en [R.L.], met daarin vermeld als datum van ondertekening 2 september 2015. [46]
grace period’heeft gekregen van twee jaar, de zekerheidstellingen in de overeenkomst nog niet zijn nagekomen, noch de betalingsafspraken, terwijl de in de leningsovereenkomst gestelde zekerheden evenmin voldoende lijken om de lening te dekken.
voorafgaandaan de in dit artikel genoemde delictsgedragingen. Voorwerpen met behulp waarvan een misdrijf is begaan, zijn ook niet reeds daardoor afkomstig uit enig misdrijf. [59]
3. De overboeking van USD 400.000,- van [bedrijf 1] naar E.T. Pensioenenis weergegeven, staat vast dat [R.L.] en [E.T.] met elkaar zijn overeengekomen dat [voorganger bedrijf 1] aan [E.T.] een faciliteit zou geven van USD 400.161,45,- omdat ‘[YdC] een faciliteit behoeft ter voorziening in haar liquiditeitsbehoefte in het kader van de voorbereidende werkzaamheden van [voorganger bedrijf 1]’ en dat deze overeenkomst is gedateerd 20 mei 2009.
startupaanzienlijk bedrag van USD 400.000,-, zonder ook maar een moment stil te staan bij de in deze overeenkomst tussen hem, namens (in ieder geval op dat moment nog) zijn [bedrijf 1], en [E.T.] gemaakte afspraken en de gevolgen van die lening voor het [bedrijf 1], is nauwelijks voorstelbaar. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat die lening op verzoek van [R.L.] ook nog eens met spoed door BdC moet worden overgemaakt naar de rekening van [E.T.], ten behoeve van door [YdC] (de vriendin van [E.T.] en de beoogde eigenaresse) voor [bedrijf 1] verrichte en nog te verrichten werkzaamheden, zonder dat [YdC] zelf hierbij betrokken was. Het Gerecht betrekt bij zijn oordeel dat de vraag waarom in dit geval een leenovereenkomst is gesloten tussen [R.L.] en [E.T.], en niet tussen [R.L.]/[bedrijf 1] en [YdC] of tussen [E.T.] en [YdC], onbeantwoord is gebleven. Datzelfde geldt voor de vraag waarom geen sprake was van een (salaris)betaling/voorschot aan [YdC] in verband met de door haar voor het [bedrijf 1] verrichte werkzaamheden, in plaats van deze lening. Daar komt bij dat de door [R.L.] aan de bank gegeven reden voor deze overboeking, namelijk de door [E.T.] voorgefinancierde aankoop van meubels en kledingvoorraad, niet overeenkomt met de door hem bij de politie gegeven reden, te weten het spreken van mensen en het inwinnen van informatie (en juist niet het doen van aankopen). Het Gerecht betrekt hierbij ten slotte nog dat deze overeenkomst pas eind september 2016 boven tafel is gekomen, toen [R.L.] deze overeenkomst kort voordat de boekhoudster op 4 oktober 2016 door de politie zou worden gehoord, aan haar heeft overhandigd. [R.L.] heeft in zijn verklaring bevestigd dat hij die overeenkomst nooit heeft laten verwerken in de administratie van het [bedrijf 1]. [69]
4. De overboeking van ANG 2.400.000,70 van [bedrijf 2] naar [bedrijf 1], staat vast dat [bedrijf 2] op 3 september 2015 een bedrag van ANG 2.400.000,70 (USD 1.348.315,-) heeft overgemaakt naar [bedrijf 1]-rekening #03. In het dossier bevindt zich ter zake van deze kredietverstrekking een overeenkomst gedateerd 2 september 2015, ondertekend door [R.L.] en [G.B.].
medeplegen van
en
medeplegen van
valsheid in geschrift.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
acht (8) maanden;
proeftijdvan
twee (2) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.