Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen en boetes opgelegd voor loonbelasting en AOV/AWW over verschillende tijdvakken in 2019. Na bezwaar en handhaving door de Inspecteur stelde belanghebbende pro forma beroep in bij het Gerecht. Tijdens de procedure werden de aanslagen door de Inspecteur verminderd of vernietigd, waarna belanghebbende het beroep introk en een verzoek tot vergoeding van proceskosten en griffierecht indiende.
Het Gerecht oordeelde dat het verzoek tot vergoeding van proceskosten en griffierecht toewijsbaar is omdat de Inspecteur aan de bezwaren tegemoet is gekomen. De proceskosten werden vastgesteld op NAf 1.050, rekening houdend met samenhangende zaken en de regeling voor vergoeding. Het betaalde griffierecht van NAf 150 wordt eveneens aan belanghebbende vergoed.
De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten, waarbij het Gerecht het verzoek op grond van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken en de toepasselijke ministeriële regelingen en besluiten motiveerde. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 4 april 2024.