Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende ontving op 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting voor 2019 met een verzuimboete. Tegen deze aanslag werd op 27 augustus 2021 pro forma bezwaar gemaakt en op 18 maart 2022 gemotiveerd. Omdat de Inspecteur niet binnen de wettelijke termijn uitspraak deed, stelde belanghebbende op 9 mei 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De zitting vond plaats op 28 maart 2024 te Willemstad, waarbij de zaak samen met andere gerelateerde zaken werd behandeld. Het Gerecht constateerde dat de Inspecteur nog geen beslissing had genomen en verklaarde het beroep gegrond. Het droeg de Inspecteur op uiterlijk 1 oktober 2024 alsnog uitspraak te doen op het bezwaar.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van NAf 234 en het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende. Het Gerecht bepaalde dat hoofdstuk VI van de Algemene landsverordening Landsbelastingen van toepassing blijft tot de uitspraak op bezwaar is gedaan.
Ten slotte werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar wordt gegrond verklaard en de Inspecteur wordt opgedragen uiterlijk 1 oktober 2024 alsnog uitspraak te doen.