Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar 2019
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, exploitant van een fitnesscentrum, kreeg op 30 juni 2021 een definitieve aanslag winstbelasting 2019 opgelegd van NAf 6.000 met een verzuimboete van NAf 600 wegens het niet tijdig indienen van aangifte. Pas op 14 november 2022 werd bezwaar gemaakt tegen deze aanslag en werd ook de aangifte winstbelasting 2019 ingediend, waarin een verschuldigde belasting van nihil werd opgegeven.
De Inspecteur verminderde de aanslag en boete op 17 mei 2024, maar stelde dat het bezwaar niet tijdig was ingediend. Het Gerecht oordeelde dat het bezwaar niet ontvankelijk is omdat het ruim 17 maanden na dagtekening van de aanslag werd ingediend, terwijl de wettelijke termijn twee maanden bedraagt. Belanghebbende heeft geen verschoonbare termijnoverschrijding aangevoerd.
Tijdens de zitting gaf de gemachtigde aan niet te weten wanneer de aanslag was ontvangen, maar dit werd onvoldoende geacht om ontvankelijkheid te verlenen. Het Gerecht verklaarde het beroep ongegrond en ging niet inhoudelijk op de zaak in. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de verzuimboete winstbelasting 2019 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.