Uitspraak
**
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.DE BESLISSING
.
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd te Curaçao, maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag winstbelasting en een verzuimboete over het jaar 2020. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze uitspraak. Het beroepschrift was ondertekend door de voormalig directeur van de vennootschap, zonder dat een schriftelijke machtiging werd overgelegd.
Het Gerecht overwoog dat een beroepschrift moet zijn ondertekend door de indiener of diens gemachtigde, waarbij bij een gemachtigde een schriftelijke machtiging vereist is. Dit ontbrak in deze zaak. De voormalig directeur handelde zonder geldige machtiging en het Gerecht concludeerde dat herstel van dit gebrek niet mogelijk was.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk beoordeeld. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tevens wees het Gerecht op mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid van de voormalig directeur volgens artikel 16 van Pro de Landsverordening op de winstbelasting 1940, met de mogelijkheid tot beroep tegen een eventuele beschikking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging bij het beroepschrift.