In deze zaak, behandeld door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, heeft de Stichting Johannes Bosco (SJB) een vordering ingesteld tegen het Land Curaçao. De zaak betreft de verplichting van het Land als verhuurder om op te treden tegen huurders van waterkavels die hinder veroorzaken. Het vonnis, uitgesproken op 17 november 2025, volgt op een eerder tussenvonnis van 24 februari 2025 en diverse aktes van partijen. SJB stelt dat de huurders onrechtmatig handelen door het ongeoorloofd betreden en gebruiken van haar terrein, en dat het Land niet adequaat optreedt tegen deze huurders.
Het Gerecht heeft vastgesteld dat er al decennia sprake is van hinder en onrechtmatig handelen door de huurders. Ondanks eerdere rechterlijke beslissingen hebben de huurders niet voldaan aan hun verplichtingen. Het Gerecht oordeelt dat het Land moet optreden als verhuurder en dat het noodzakelijk is om de huurrelatie te beëindigen en ontruiming te vorderen. Het vonnis bevat een gebod aan het Land om binnen zes maanden een gerechtelijke procedure te starten tegen de huurders voor beëindiging van de huur en ontruiming.
Daarnaast heeft het Gerecht geoordeeld dat SJB geen recht heeft op verklaringen voor recht of schadevergoeding, omdat eerdere uitspraken in de weg staan aan deze vorderingen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het onmiddellijk moet worden nageleefd, ongeacht eventuele hoger beroep procedures.