Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
eiser,
gemachtigde: mr. N.B. Louisa,
HET LAND CURAÇAO,
gedaagde,
niet verschenen.
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 17 september 2025,
- de mondelinge behandeling van 20 oktober 2025.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, een ambtenaar van het Land Curaçao, het Land verzoekt om binnen vier weken na betekening van het vonnis te voldoen aan een eerdere uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van 2 april 2025. In die uitspraak werd het bezwaar van eiser tegen een landsbesluit en een ministeriële beschikking gegrond verklaard en werd het Land opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen. Het Land heeft hieraan geen gevolg gegeven.
Tijdens de mondelinge behandeling op 20 oktober 2025 verscheen het Land niet en heeft zich niet verweerd. Het Gerecht oordeelt dat het verzoek om het Land te bevelen opnieuw te beslissen niet-ontvankelijk is omdat dit bevel reeds in de eerdere uitspraak is gegeven. Wel acht het Gerecht het passend om een dwangsom te verbinden aan de nakoming van die uitspraak om druk op het Land uit te oefenen.
Het Land wordt veroordeeld om binnen vier weken na betekening van het vonnis te beslissen, met een dwangsom van Cg 250 per dag bij niet-nakoming, tot een maximum van Cg 20.000. Tevens wordt het Land veroordeeld in de proceskosten van eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Land Curaçao wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuwe beslissing binnen vier weken onder dreiging van een dwangsom van Cg 250 per dag.