Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Vooraf: Tardiefstelling
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
.
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een onderneming actief in de horeca, kreeg over de jaren 2019 tot en met 2022 naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangiften en betalingen van loonbelasting en premies. Voor 2019 werden de bezwaren niet tijdig ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard. Voor de jaren 2020 tot en met september 2022 werden alsnog aangiften gedaan, waarna de Inspecteur de naheffingsaanslagen deels verminderde, maar de boetes handhaafde.
Belanghebbende stelde dat zij niet operationeel was tijdens COVID en dat de schattingen onjuist waren, maar het Gerecht vond deze stellingen niet overtuigend. De Inspecteur handhaafde de boetes passend en geboden. Voor de premies Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering verklaarde het Gerecht zich onbevoegd omdat deze onder een andere landsverordening vallen.
Het beroep wegens het niet tijdig beslissen op bezwaren over 2019 werd gegrond verklaard, maar het Gerecht zag af van een opdracht tot beslissing vanwege de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep over de jaren 2020 tot en met september 2022 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep niet tijdig beslissen over 2019 gegrond, bezwaren 2019 niet-ontvankelijk, beroep 2020-2022 ongegrond, Inspecteur veroordeeld in proceskosten en griffierecht, onbevoegd voor premies ZV/OV.