Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid van het beroep
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
.
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag winstbelasting 2018 en een boete, opgelegd na een boekenonderzoek. De kern van het geschil betrof de vraag of de afsplitsing van de onderneming geruisloos kon plaatsvinden op grond van artikel 14C van de Landsverordening winstbelasting (LvWB).
Het Gerecht oordeelde dat het beroep ontvankelijk is, maar verwierp het standpunt van belanghebbende dat geen Curaçaose belasting werd ontgaan. De afsplitsing was niet ingegeven door zakelijke overwegingen zoals herstructurering, maar vooral gericht op de verkoop van de onderneming. Hierdoor geldt het vermoeden van belastingontwijking, dat belanghebbende niet kon weerleggen.
De Inspecteur had de naheffingsaanslag verminderd en de boete vernietigd, maar het Gerecht handhaafde de aanslag op het gecorrigeerde bedrag van NAf 4.627.322. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bleef vernietigd. Het Gerecht wees ook op het belang van voorafgaande zekerheid bij dergelijke transacties en benadrukte dat de Curaçaose regeling autonoom is en niet gedomineerd wordt door de Nederlandse Fusierichtlijn.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag winstbelasting 2018 wordt ongegrond verklaard omdat de afsplitsing niet is ingegeven door zakelijke overwegingen maar gericht was op belastingontwijking.