Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2020 waarbij correcties waren aangebracht op het belastbaar inkomen, met name over de aftrek van rentekosten als persoonlijke lasten. De Inspecteur had het bezwaar gedeeltelijk toegewezen, maar verzuimde belanghebbende te horen voorafgaand aan de uitspraak op bezwaar, wat een schending van de hoorplicht opleverde.
Tijdens de zitting gaf belanghebbende aan dat zij rente had betaald die volgens de Inspecteur niet aftrekbaar was, en wenste zij nader bewijs te leveren. Het Gerecht oordeelde dat terugwijzing naar de bezwaarfase noodzakelijk was om de hoorplicht alsnog te respecteren en een inhoudelijke behandeling mogelijk te maken.
De Inspecteur werd opgedragen binnen twee maanden een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen, met inachtneming van de hoorplicht. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht aan haar vergoed. De zaak werd niet inhoudelijk behandeld vanwege het procedurele gebrek.