Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2026:60

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
CUR202501152
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 lid 4 Algemene landsverordening LandsbelastingenArt. 18 lid 5 Landsverordening op het beroep in belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending hoorplicht bij bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2020

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2020 waarbij correcties waren aangebracht op het belastbaar inkomen, met name over de aftrek van rentekosten als persoonlijke lasten. De Inspecteur had het bezwaar gedeeltelijk toegewezen, maar verzuimde belanghebbende te horen voorafgaand aan de uitspraak op bezwaar, wat een schending van de hoorplicht opleverde.

Tijdens de zitting gaf belanghebbende aan dat zij rente had betaald die volgens de Inspecteur niet aftrekbaar was, en wenste zij nader bewijs te leveren. Het Gerecht oordeelde dat terugwijzing naar de bezwaarfase noodzakelijk was om de hoorplicht alsnog te respecteren en een inhoudelijke behandeling mogelijk te maken.

De Inspecteur werd opgedragen binnen twee maanden een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen, met inachtneming van de hoorplicht. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht aan haar vergoed. De zaak werd niet inhoudelijk behandeld vanwege het procedurele gebrek.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd met terugwijzing naar de Inspecteur voor een nieuwe uitspraak.

Uitspraak

Uitspraak van 20 april 2026
BBZ nr. CUR202501152
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende],wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende is op 5 december 2022 een aanslag inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2020 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 159.663, resulterend in een te betalen bedrag van NAf 1.814.
1.2
Belanghebbende heeft daartegen op 1 februari 2023 bezwaar gemaakt.
1.3
De Inspecteur is bij uitspraak op bezwaar van 7 februari 2025 gedeeltelijk aan het bezwaar tegemoet gekomen. Het belastbaar inkomen is gelijk gebleven, maar het bedrag van de aanslag is verminderd naar een terug te ontvangen bedrag van NAf 1.
1.4
Belanghebbende heeft op 7 april 2025 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Cg 50.
1.5
De Inspecteur heeft op 5 februari 2026 een verweerschrift ingediend.
1.6
De zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2026 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen. Namens de Inspecteur is verschenen mr. [A].

2.FEITEN

2.1
Belanghebbende heeft op 10 juli 2022 aangifte IB en premies voor het jaar 2020 gedaan. Het belastbaar inkomen volgens de aangifte bedraagt NAf 115.165. Dit belastbaar inkomen is als volgt opgebouwd:
Brutoloon NAf 162.923
Af: werknemersdeel pensioenpremie NAf 7.556 -/-
Af: vaste aftrek
NAf 500 -/-
Zuivere opbrengst uit arbeid NAf 154.867
Af: werknemersdeel premie AOV/AWW NAf 7.202 -/-
Af: persoonlijke lasten rente eigen woning NAf 27.500 -/-
Af: persoonlijke lasten persoonlijke lening NAf 5.000 -/-
2.2
Bij het opleggen van de aanslag is de Inspecteur afgeweken van de door belanghebbende ingediende aangifte. Het gaat daarbij om de volgende correcties: (i) de hoogte van het brutoloon, (ii) de terugontvangen premies AOV/AWW en (iii) persoonlijke lasten rente eigen woning. Het belastbaar inkomen volgens de aanslag bedraagt NAf 159.663. Dit belastbaar inkomen is als volgt opgebouwd:
Brutoloon NAf 178.180
Af: werknemersdeel pensioenpremie NAf 7.556 -/-
Af: vaste aftrek
NAf 500 -/-
Zuivere opbrengst uit arbeid NAf 170.124
Af: werknemersdeel premie AOV/AWW NAf 7.202 -/-
Plus: terugontvangen premie AOV/AWW NAf 1.741 +/+
Af: persoonlijke lasten rente eigen woning NAf 0
Af: persoonlijke lasten persoonlijke lening NAf 5.000 -/-
2.3
Tot het procesdossier behoort verder een door belanghebbende overlegde brief van 30 november 2021 van [X] Bank (hierna: [X]).
“(…) Dear customer
Please find below overview of all payments received in 2019/2020; kindly note that both loans were classified (registered) as (delinquent and) Non-Performing in our books and no interest has been paid.
All (principle) payments received totaling ANG 49.112,05 were directly applied (added) to the Principle (capital).
LOAN NUMBER [nummer 1]
18-10-19 REG PAYMENT-DUE DATE
1.846,86
30-10-19 REG PAYMENT-DUE DATE
6.752,17
30-11-19 REG PAYMENT-DUE DATE
6.752,17
30-12-19 REG PAYMENT-DUE DATE
6.752,17
30-01-20 REG PAYMENT-DUE DATE
6.752,17
29-02-20 REG PAYMENT-DUE DATE
6.752,17
30-03-20 REG PAYMENT-DUE DATE
6.752,17
30-04-20 REG PAYMENT-DUE DATE
6.752,17
Furthermore, we confirm the outstanding balance of your facility as follows:
Outstanding Balance December 30, 2019
ANG 824,598.80
Outstanding Balance December 30, 2020
ANG 849,369.49
(…)”

3.GESCHIL

3.1
In geschil is de aanslag tot het juiste bedrag is vastgesteld. Uitsluitend correctie III (zie 2.2) is in geschil. Het gaat daarbij om de vraag of belanghebbende rentekosten als persoonlijke lasten in aftrek mag brengen.
3.2
Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend. Zij stelt over de eerste vier maanden van het jaar 2020 maandelijks een bedrag te hebben betaald van NAf 6.752,17 (zie 2.3). Rekening houdend met de hoofdsom van de lening, het rentepercentage van 5,25%, de resterende looptijd en het feit dat sprake is van een annuïtaire hypotheek kan worden gesteld dat van het betaalde bedrag van NAf 27.008,68 een bedrag van NAf 14.580 betrekking heeft op rentekosten, waarvoor aftrek dient te worden verleend. Verder voert zij aan dat op basis van een tijdelijke coulanceregeling vanwege COVID-19 aan haar uitstel van betaling is verleend voor de betalingen in de periode 30 april 2020 tot en met 30 december 2020. De tijdens deze periode opgebouwde rente kwam overeenkomstig de voorwaarden van het verleende uitstel niet in aanmerking voor aftrek en is toegevoegd aan het openstaande leenbedrag. Voornoemd bedrag van NAf 14.580 is echter betaald vóór het verleende uitstel en vormt daarmee hypotheekrente die voor aftrek in aanmerking komt.
3.3
De Inspecteur betwist dat belanghebbende in aanmerking komt voor aftrek van rentekosten. De Inspecteur verwijst onder meer naar de brief van [X] (zie 2.3), waarin is opgenomen dat geen rente is betaald.

4.OVERWEGINGEN

Vooraf: schending hoorplicht

4.1
Ingevolge artikel 30, lid 4, Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) dient de belanghebbende die daartoe in zijn bezwaarschrift het verlangen te kennen geeft, vóór de uitspraak door de Inspecteur te worden gehoord.
4.2
Belanghebbende stelt in haar bezwaarschrift te hebben verzocht om te worden gehoord. De Inspecteur heeft nagelaten belanghebbende te horen. Omdat geen hoorgesprek heeft plaatsgevonden heeft de Inspecteur de hoorplicht van artikel 30, lid 4 ALL geschonden. Bij schending van de hoorplicht is de hoofdregel dat een zaak terugverwezen wordt naar de bezwaarfase om opnieuw uitspraak op bezwaar te doen met inachtneming van de hoorplicht. Aan terugwijzing kan worden voorbijgegaan indien belanghebbende verzocht heeft om die achterwege te laten of indien belanghebbende door de gang van zaken niet is benadeeld. [1] Het Gerecht overweegt als volgt.
4.3
Belanghebbende heeft ter zitting in eerste instantie aan het Gerecht verzocht om terugwijzing achterwege te laten en om in de zaak te voorzien. Echter, tijdens de zitting is belanghebbende hierop teruggekomen, omdat haar tijdens de zitting bleek dat er verschil van mening bleef bestaan over de van belang zijnde feiten. Het Gerecht volgt belanghebbende hierin. Belanghebbende stelt zich immers op het standpunt dat in de door haar aan [X] betaalde bedragen rente begrepen zit terwijl de Inspecteur dat betwist. Volgens belanghebbende is de opgave van [X] (zie 2.3) foutief en wenst zij daarvan nader bewijs te leveren. Gelet hierop is terugwijzing naar de bezwaarfase geboden en komt het Gerecht niet toe aan een inhoudelijke behandeling van de zaak.
4.4
Het Gerecht zal de Inspecteur opdragen om met inachtneming van deze uitspraak uiterlijk binnen twee maanden na toezending van deze uitspraak uitspraak op bezwaar te doen. Als de Inspecteur niet binnen die termijn (uiterlijk op 20 juni 2026) uitspraak doet, dan kan belanghebbende beroep instellen bij het Gerecht tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

5.1
Het Gerecht vindt geen aanleiding om de Inspecteur te veroordelen in de voldoening van een proceskostenvergoeding nu niet aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
5.2
Wel dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van Cg 50 aan belanghebbende te vergoeden.

6.DE BESLISSING

Het Gerecht:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar betreffende de aanslag IB 2020;
- draagt de Inspecteur op om met inachtneming van deze uitspraak uiterlijk binnen twee maanden na toezending van deze uitspraak, uitspraak op bezwaar te doen; en
- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Cg 50 te vergoeden.
Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 20 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen
.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: Cg 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: Cg 500

Voetnoten

1.Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7495