De werknemer was sinds 30 september 2010 in dienst bij de werkgever als Customer Service Agent met een bruto maandsalaris van Naf 2.132,00. Op 16 december 2014 werd een vakantieperiode van 29 juni tot 31 juli 2015 goedgekeurd. Op 29 juni 2015 werd de werknemer geschorst zonder behoud van loon vanwege het ontbreken van $930,16 uit de kas, waarvan zij toegaf het geld te hebben gebruikt voor persoonlijke doeleinden.
De werknemer verscheen op 3 juli 2015 niet op het werk en gaf via WhatsApp aan haar vakantie te verlengen tot 20 juli 2015. De werkgever sprak daarop op 6 juli 2015 ontslag op staande voet uit wegens werkweigering en later, op 10 juli 2015, een tweede ontslag op staande voet wegens diverse gedragingen waaronder bedreiging en het niet retourneren van bedrijfseigendommen.
Het gerecht oordeelde dat de verduistering geen dringende reden vormde voor ontslag op staande voet, omdat de werkgever hiervoor een schorsing zonder loon had opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de werknemer op 3 juli 2015 niet kwam werken terwijl dat wel was afgesproken, hetgeen werkweigering inhoudt. Gezien het dienstverband en de omstandigheden was er sprake van een dringende reden die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.
De arbeidsovereenkomst werd per direct ontbonden wegens gewichtige redenen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.