ECLI:NL:OGEAM:2016:108
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zedenzaak tegen verdachte
Op 29 september 2016 vond de terechtzitting plaats in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van seksueel binnendringen van het lichaam van een slachtoffer met een geestelijke beperking. De officier van justitie vorderde drie jaar gevangenisstraf, maar het Gerecht oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was.
Het bewijs bestond voornamelijk uit de verklaring van het vermeende slachtoffer, die echter niet consistent was en mogelijk beïnvloed door derden. Het studioverhoor van het slachtoffer bevatte sturende vragen en bevestigingen die de betrouwbaarheid ondermijnden. Daarnaast waren getuigenverklaringen van horen zeggen en onderling tegenstrijdig, en bood medische informatie geen steun aan de beschuldigingen.
Het Gerecht stelde vast dat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende betrouwbaar was en dat er onvoldoende steunbewijs was om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom sprak het de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en hief het de voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs in zedenzaak.