Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties d.d. 14 augustus 2015,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek tevens wijziging/aanvulling van eis met producties,
- de conclusie van dupliek.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Partijen zijn op 28 januari 2009 een geldleningsovereenkomst aangegaan waarbij eiser USD 181.000 leende van gedaagde, terug te betalen in maandelijkse termijnen tot 30 oktober 2024. Door achterstanden en niet-betaling werd een executoriale veiling van het onderpand, een appartementencomplex, aangekondigd en meerdere malen uitgesteld na overleg tussen partijen.
Eiser stelt dat hij de lening op 8 november 2010 heeft afgelost met een bedrag van USD 175.051,55, onderbouwd met een bankafschrift. Gedaagde betwist dit en voert aan dat het om een interne administratieve handeling gaat, zonder daadwerkelijke betaling. Het gerecht acht het onaannemelijk dat de lening is afgelost gezien het voortdurende overleg en uitstel van de veiling.
Het gerecht stelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de betaling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en dat hij zijn stelplicht niet heeft nagekomen. Hierdoor komt het niet toe aan de overige argumenten van eiser. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Het vonnis is gewezen door rechter A.J.J. van Rijen en op 9 augustus 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aflossing en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.