Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
(1)
(2)
per perceel, waarop zij meent recht te hebben, uitlegt:
(3)
(4)
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
In deze zaak staat de boedelscheiding tussen de vrouw en de man centraal, na ontbinding van hun huwelijk. Het Gerecht inventariseert de vermogensbestanddelen die deel uitmaken van de gemeenschap van goederen, waaronder de voormalige echtelijke woning met tuinhuisje, meubilair, huurpenningen, en diverse percelen grond en nalatenschappen.
De vrouw erkent de verkoopovereenkomst van haar aandeel in de woning, maar stelt dat sprake is van een aanbetaling en beroept zich laat in de procedure op dwaling, wat door het Gerecht wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Het meubilair is verdeeld zonder dat de man een vergoeding vordert. De huurpenningen van het tuinhuisje en de woning worden betwist, waarbij het Gerecht aanvullende bewijsstukken verlangt om de eigendom en verhuurperiodes vast te stellen.
Verder worden diverse percelen grond en nalatenschapsrechten besproken, waarbij het Gerecht de vrouw opdraagt nadere specificaties en bewijsstukken te leveren over haar rechten. Ook wordt van beide partijen verlangd bankverklaringen te overleggen over de saldi per datum van echtscheiding. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere processtukken en antwoorden, waarna het Gerecht verdere beslissingen zal nemen.
Uitkomst: Het Gerecht wijst het beroep op dwaling af en bepaalt nadere bewijslevering en processtukken voor de boedelscheiding.