Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
“De heer [B] had net als eigenaren van veel andere schepen zijn vaartuig voldoende moeten afmeren.”Daaruit mocht het Gerecht afleiden, zoals overigens in de overgrote meerderheid van de aanvaringszaken, dat ook deze zaak over de “schuld van het schip” gaat en niet over de persoonlijke aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van de kapitein. Uit de conclusie van repliek blijkt verder onvoldoende dat de gronden van de eis zijn veranderd, zodanig dat het (kennelijk) alleen nog maar gaat om de onrechtmatige daad van kapitein [B].