ECLI:NL:OGEAM:2016:57
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs omkoping bij verkiezingen Sint Maarten
De zaak betrof de tenlastelegging dat verdachte zich in september 2010 zou hebben laten omkopen door het aannemen van geld om zijn kiesrecht op een bepaalde wijze uit te oefenen ten gunste van een politieke partij. De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en ontzetting uit kiesrecht.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte geld had ontvangen van een partijvertegenwoordiger die wilde beïnvloeden dat verdachte op die partij zou stemmen. De verdediging stelde dat deze praktijk veel voorkwam en dat verdachte vrij was om te stemmen zoals hij wilde, hetgeen hij ook gedaan zou hebben.
Het gerecht oordeelde dat voor het strafbare feit van omkoping een bindende overeenkomst vereist is waarin de kiezer zich verbindt zijn stem niet of op een bepaalde wijze uit te oefenen. Deze overeenkomst was niet bewezen. Ook poging tot omkoping kon niet worden vastgesteld. Bovendien was niet bewezen dat verdachte kiesgerechtigd was.
Daarom sprak het gerecht verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De uitspraak werd gedaan op 14 september 2016 na eerdere procedurele stappen, waaronder cassatie en terugwijzing.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor omkoping.